Hoe de specerijenhandel de wereld veranderde

Specerijen ontdekkingsreizen VOC

Bij het beginnen van deze blog en website was het niet mijn intentie om zo diep op de cultuurhistorie omtrent kruiden in te gaan, laat staan de handel erin. Toch kom ik er steeds meer achter dat het weldegelijk een belangrijke rol speelt, mede omdat de Kruidengeneeskunde zoals die nu in Europa bestaat er anders heel anders uit had gezien.

Door de interesse in en vraag naar kruiden gingen ontdekkingsreizigers de hele wereld af en zo zijn hier veel nieuwe soorten geïntroduceerd, evenals de tradities en kennis die ermee gepaard gingen. Veel voorkomende geneeskrachtige kruiden zoals Rozemarijn, Laurier, Salie, Lavendel, Peper, Kruidnagel, Foelie, Anijs, Kaneel, Oregano, Echinacea… het zijn allemaal kruiden die hier voor de Late Middeleeuwen niet voorkwamen. Een aantal, zoals de Mediterraanse kruiden, werden hier door connecties met de Arabieren en Romeinen wel mee naartoe genomen en soms ook aangeplant in de Europese kloostertuinen, maar pas veel later werden zij voor een groter publiek beschikbaar.

Luxeproduct

De handel in specerijen is al heel oud en gaat terug tot de Oude Egyptenaren en Romeinen. Geld was echter enkel een ruilmiddel om kruiden mee te vergoeden, maar winst werd er niet op gemaakt. In de vroege Middeleeuwen (na de val van het Romeinse rijk) waren het vooral de Arabieren die toegang hadden tot kruiden en het gebruik van kruiden in Europa was dan ook alleen weggelegd voor de allerrijksten. Aangezien Europa in de Middeleeuwen erg sober was genoot het gebruik van kruiden in de keuken geen prioriteit. De kruiden die in de kloostertuinen verbouwd werden, waren weldegelijk van belang, maar er werd zuinig mee omgegaan en ze werden alleen voor medicinale doeleinden ingezet. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan Citroenmelisse, Longkruid en Pepermunt.

Na het jaar 1000 nam de welvaart in Europa door de kruistochten enorm toe. Het waren met name de Italianen die de handel in kruiden op de Middellandse zee in handen hadden en distribueerden die tussen Alexandrië en de rest van Europa. Door de overleveringen van de Arabieren en Alexander de Grote was men zich echter bewust van het bestaan van verder oorden, met een enorm potentieel voor de specerijenhandel. Zo haalde Alexander de Grote al peper uit India. Dit vormde de stimulans voor de Portugezen om op ontdekkingsreis te gaan, kort daarop gevolgd door de Spanjaarden, Britten en Nederlanders. Het was een enorme uitdaging die heel veel investeringen kostte; er waren geen routekaarten en de houten boten waarmee zij maandenlang op zee doorbrachten waren traag en onbetrouwbaar. Zeeziekte, verhongering, muiterij, schipbreuk en dodelijke infecties lagen op de loer, toch namen zij dit risico. Hadden zij dit niet gedaan, dan had de wereld er heel anders uitgezien.

Opkomst van het handelskapitalisme

De opkomst van het handels kapitalisme gaat hand in hand met de Europese ontdekkingstochten naar Azië & Amerika en de ruil van exotische specerijen voor goud en zilver. In 1602 werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht, met als doel een verkapte monopolie op de verkoop van exotische specerijen te bewerkstelligen, de 1134 koopmannen die zich bij de VOC hadden aangesloten werden dan ook ongelofelijk rijk en gelden als de eerste ‘miljonairs’ en ‘miljardairs’. De VOC was de eerste multinational met honderden aandeelhouders. Dit keerpunt kan dan ook worden beschouwd als het startpunt van de wereldeconomie en het handelskapitalisme, al zijn de grondbeginselen van het kapitalisme pas tijdens de 18e eeuw opgetekend. Door de lange reis die specerijen aflegden waren zij nog steeds zeer exclusief. Je kan je er nu bijna geen voorstelling van maken, maar een pond nootmuskaat uit Nederlands- Indië kostte destijds evenveel als 100 liter bier.

Anijszaad Kaneel en Nootmuskaat

Waarom betaalden de rijken in Europa zoveel geld voor specerijen?

Zo gauw de scheepsladingen met exotische specerijen de Nederlanden en de rest van Europa hadden bereikten waren zij niet meer weg te denken. Veel van deze kruiden waren niet alleen smaakmakers, de inhoudsstoffen beschikken ook over anti-bacteriele, anti-virale en schimmelwerende eigenschappen die het leven voorgoed hebben veranderd. Zo konden ze worden toegepast als conserveringsmiddel, wat het mogelijk maakte om eten langer te bewaren. In een tijd waarin koelkasten niet bestonden was dat een enorme aanwinst. Daarnaast maskeerden de etherische olie in veel exotische specerijen de nare geurtjes van aanstaand bederf.

In en op het menselijk lichaam hebben veel tropische kruiden een soortgelijk effect: ze werken veelal antiseptisch en algeheel opbouwend. Zo kon nootmuskaat worden ingezet bij diarree en concentratieproblemen, kaneel bij virusinfecties en darmparasieten en peper als pijnstiller bij klachten aan de urinewegen. Vaak werden kruiden ook gebruikt als deodorant en parfum.

De introductie van specerijen was dus van groot belang voor de algehele volksgezondheid in Europa. Daarnaast werd Europa er natuurlijk ook rijk van, terwijl de oorden waar deze grondstoffen vandaan kwamen hun gewassen onderschept zagen en de landbouw daar steeds verder werd uitgeput voor het welvaren van de kolonist. En dat ging er niet zachtzinnig aan toe. De VOC deed er alles aan om hun monopolie op de handel in exclusieve specerijen te behouden. 𝙇𝙤𝙠𝙖𝙡𝙚 𝙡𝙚𝙞𝙙𝙚𝙧𝙨 𝙬𝙚𝙧𝙙𝙚𝙣 𝙜𝙚𝙙𝙬𝙤𝙣𝙜𝙚𝙣 alleen met Nederland handel te drijven. Wie niet meewerkte, werd gedwongen tot slavernij of vermoord en de VOC liet concurrerende plantages omhakken.

Geneeskrachtige cosmetica: zo oud als de weg naar Rome

Schoonheid en gezondheid zijn ven oudsher met elkaar verbonden. Talrijke Romeinse auteurs geven ons een beeld van hoe de ideale Romeinse vrouw er tussen ongeveer 750 voor Christus en 400 na Christus uitzag: een huid zonder oneffenheden, roze wangen en een rimpelloos, jong gelaat. Over smaken valt uiteraard te twisten, maar wat ik er zelf interessant aan vind is dat men de schoonheid van een vrouw naar het evenbeeld van de godin Venus schetste. De godin Venus, die vaak is afgebeeld in badhuizen, geeft duidelijk de relatie aan tussen schoonheid en gezondheid.  Die link tussen schoonheid, gezondheid en goddelijkheid werd ook in het Oude Egypte gelegd, in de tomben van nobelen werden paletten met cosmetica als schatten voor de goden aangetroffen. Zij hadden zij niet alleen een cosmetisch doel, maar waren het ook religieuze relikwieën.

‘Een verzorgde druif geeft goede wijn en voor een rijke oogst moet ook het land verzorgd zijn. Schoonheid is een gift van God: wie kan zich erop beroemen? Het leeuwendeel van jullie kan zich echt geen schoonheid noemen. Slechts zorg kan voorkomen dat een mooi gezicht verwelkt, ook al is het net zo fraai als dat van Venus zelve.’ – Ovidius, Ars Am. III, 101-106

Het gebruik van cosmetica in de Oudheid (en hun medicinale eigenschappen)

Het Oude Egypte

In het Oude Egypte waren zwarte eyeliner en groene oogschaduw niet uit de beauty case van de gemiddelde vrouw weg te denken. De zwarte eyeliner werd van een mineraalrijke vorm van ijzererts (galeniet) en verpulverde houtskool (charcoal/kohl) gemaakt. Uit onderzoek is gebleken dat deze combinatie mede zorgde voor bescherming tegen de zon, insecten en bepaalde ziektes. Echter bevat ijzererts ook veel lood en destijds was niet bekend dat er door het gebruik van kohl potloden (op basis van galeniet) loodvergiftiging kon optreden. Om de lippen en wangen in te kleuren werd een combinatie van rode soda, zout en honing gebruikt. Een zelfde soort mengels (maar dan zonder het rode pigment) gebruikte men om de huid jong en elastisch te houden.

“Parfums werden samengesteld uit aromatische, kruidige, plantaardige oliën en dierlijke vetten. Hiervoor weekten ze amandelen, jeneverbessen boomschors en mirre in onder meer ganzenvet en olijfolie. Vaak werd wijn toegevoegd om de geur te versterken of verzachten. Ook creëerde men parfums op basis van bloemen. Transpiratiegeuren werden gemaskeerd door kleine, prettig geurende balletjes in de oksel te plaatsen en ze tegen de huid wrijven. Tegen grijs haar en kaalheid werden plantaardige oliën gebruikt.”

– Bron: Nederlandse Cosmetica Vereniging

Veel van de hierboven genoemde technieken zijn met de eeuwen overgedragen en passen wij in de traditionele kruidengeneeskunde nog steeds toe. Blijkbaar wisten de Egyptenaren al dat de medicinale werking van de meeste kruiden goed oplosbaar zijn in alcohol en vette substanties. Zo is er een duidelijke overlap te zien tussen schoonheid en gezondheid, al waren de Oude Egyptenaren zich er niet zo van bewust dat de cosmetica die zij gebruikten ook over medicinale eigenschappen beschikten en wijdden hun goede gezondheid vooral aan de zegening van de Goden. In werkelijkheid legden de Oude Egyptenaren met hun plantaardige verzorgingsproducten de basis voor de Euraziatische geneeskunst.

De Oude Grieken en Romeinen

In de vroege eeuwen van de antieke Griekse cultuur werd de medicinale werking van planten meer geformaliseerd, o.a. door de grondlegger van de geneeskunst: Hippocrates van Kos (460 v.Chr – 370 v.Chr). Hippocrates was de eerste die het proces van ziekte en genezing niet zag als een resultaat van bovennatuurlijke krachten.

In de Griekse en Romeinse teksten wordt niet altijd onderscheid gemaakt tussen geneesmiddelen en cosmetica, omdat ze vaak dezelfde grondstoffen bevatten én de producten ook vaak voor beide doeleinden werden gebruikt. De Romeinen hadden het over medicamentum, dat verwijst naar ‘medicijn’ of ‘bedwelmend product’ maar dat ook ‘cosmetisch hulpmiddel’ kan betekenen. De Griekse arts en farmacoloog Dioscorides (40-90 na Chr.), waar in de Kruidengeneeskunde nog steeds veel aan wordt gerefereerd, gaf in De materia medica veel informatie over kruiden: hoe ze groeien, de medicinale en magische werking ervan, maar ook de toepassing in make-up, zoals bijvoorbeeld rode salpeter die in rouge werd gebruikt. Zijn vakgenoot Galenus, die een eeuw later leefde, vond dat producten die de natuurlijke schoonheid bevorderden, onderdeel waren van de geneeskunde. Plinius de Oudere, tijdgenoot van Dioscorides, gaf in zijn Naturalis Historia allerlei details over planten, mineralen en de handel hierin en gaf aan hoe hier schoonheidsmiddelen van werden gemaakt.

Het gebruik van cosmetica in de Renaissance

Cosmetica en geneesmiddelen werden pas in de Renaissance (in Europa) van elkaar gescheiden. De Renaissance was de tijd van de rede, waarin men teruggreep op oude Griekse denkers en wetenschappers. Het menselijk lichaam en mentaal welzijn werden op filosofisch en maatschappelijk niveau zo veel mogelijk van elkaar gescheiden. Dat betekende onder andere dat de lichamelijke verlangens ondergeschikt raakten aan de pragmatische aard van de geest. Kuisheid was het nieuwe ideaal.

‘Cosmetica’ komt van het Griekse woord kosmeoo, dat ‘opsmukken’ of ‘ordenen’ betekent en werd in de Renaissance ingevoerd om het minderwaardige karakter van make-up ten overstaan van de geneesKunst (met een grote K) aan te geven. Het credo luidde dat een gezond mens van nature straalde en geen make-up nodig had. Vrouwen droegen daarom nog steeds make-up, maar minder opvallend en diegenen die het wel veel gebruikten waren meestal van lage klasse of prostituees (en dus vaak minder gezond).

Het gebruik van natuurlijke cosmetica in de 21ste eeuw

Tegenwoordig zien we een ‘revival’ aan oude tradities ten aanzien van cosmetica. Door de Renaissance en industriële revolutie (lees: ontwikkeling van farmaceutische medicatie) werd er lange tijd niet zo’n nadruk gelegd op het overkoepelende karakter van geneesmiddelen en verzorgingsproducten, maar er komt steeds meer vraag naar natuurlijke ingrediënten waarvan de heilzame werking in huid- en haarproducten is bewezen.

Om dit onderscheid tussen synthetische make-up en heilzame verzorgingsproducten aan te geven, spreken we tegenwoordig van ‘natuurlijke’ cosmetica, die niet van synthetische aard zijn. Hierbij wordt, net als in het Oude Egypte, gebruik gemaakt van bijenproducten, alcohol en vette olie om geuren en medicinale eigenschappen op natuurlijke wijze uit plantenmateriaal te onttrekken.

Wil je meer weten over het onderscheid tussen natuurlijke en synthetische cosmetica? Lees dan ook eens mijn blogpost over dit onderwerp.

Wat maakt natuurlijke verzorgingsproducten daadwerkelijk natuurlijk?

Body butter

“Meuk-vrije” cosmetica en verzorgingsproducten, op basis van 100% natuurlijke en biologische ingrediënten… Je hoort en leest het steeds vaker en er is vraag naar. Heel veel vraag. Zelfs grotere spelers zijn al een aantal jaar geleden begonnen met het aanspreken van deze markt door ecologische alternatieven op hun standaard lijn aan producten te bieden. Sinds ik Kruidengeneeskunde studeer ben ik me steeds meer gaan verdiepen in producten van ‘natuurlijke’ en ‘botanische’ oorsprong. Wat maakt een product nou echt meuk-vrij? Dat blijkt namelijk nog best een uitdaging te zijn.

Wat zijn ‘botanicals’ en waarom zou je daarvoor kiezen?

Botanische verzorgingsproducten bestaan uit krachtige extracten van verse of gedroogde plantendelen. Veel planten bevatten allerlei heilzame eigenschappen voor het bestrijden van ziektes, maar ze kunnen ook preventief worden ingezet om ons lichaam te ondersteunen en op te bouwen. Zo kan je planten ook prima inzetten in producten die goed zijn voor huid en haar. Veel planten bevatten mineralen die goed zijn voor het aanmaken en herstellen van huidweefsel, anderen zijn weer meer voedend en hydraterend en weer anderen beschikken over anti-inflammatoire of anti-bacteriële eigenschappen (met name planten die rijk zijn aan anti-oxidanten).

Veel bedrijven die gebruik maken van planten in hun verzorgingsproducten doen dat in een gedroogde poedervorm. Het nadeel daarvan is dat de plant veel sneller haar geneeskracht verliest en de natuurlijke samenstelling van de plant verloren gaat.

Bedenk je maar eens zo: planten zijn organismen op zichzelf, zij beschikken over mineralen, anti-oxidanten, slijmstoffen, vitaminen, glycosiden, etherische olie etc. om zichzelf te beschermen en om bijen en andere insecten aan te trekken en kwaadaardige indringers buiten te sluiten. De verhouding tussen de verschillende inhoudsstoffen moet dus wel perfect in balans zijn om het gewenste resultaat te bereiken. Zo is het ook als wij mensen van de heilzame werking van planten willen genieten, hoe dichter bij de oorspronkelijke samenstelling van de plant we blijven, hoe beter het is voor onze gezondheid. Een poeder heeft niks weg van een volwaardige plant, en de effecten ervan zijn er dan ook naar. Bij het verwerken van de plant tot botanisch eindproduct wil je de plant idealiter daarom zo lang en zo veel als maar mogelijk in tact houden, en daarom kies ik voor een extract van volwaardige plantendelen als hoofdbestanddeel voor botanische verzorgingsproducten. Afhankelijk van waar de geneeskracht geconcentreerd is: de bloemen (inclusief kelk), het blad, de wortel, de zaden, de vruchten en/of de steel.

Huisgemaakte Propoliszalf van Propolis tinctuur, Calendula extract op basis van Amandelolie, Bijenwas, Cacaoboter en Vitamine E.

Waarom veel cosmetica bedrijven toch voor ingrediënten van synthetische oorsprong kiezen:

Er zijn talloze redenen waarom producenten van verzorgingsproducten niet voor ingrediënten van plantaardige oorsprong zouden kiezen. Het is namelijk duur en arbeidsintensief. Daarnaast speelt er nog een andere uitdaging: de stabiliteit van de ingrediënten in het eindproduct. Volgens de Europese wetgeving op cosmetica en verzorgingsproducten moet het eindproduct aan bepaalde standaarden voldoen. Zo moet elk potje, elk flesje en elke tube van hetzelfde product telkens exact dezelfde verhouding aan inhoudsstoffen bevatten en moeten conserveringsmiddelen zijn toegevoegd om die ratio met het verloop van tijd niet te doen veranderen. Daarnaast heb je vaak ook nog eens bindmiddelen nodig om de ingrediënten qua consistentie met elkaar te laten communiceren en klonter of schiften te voorkomen.

Botanische grondstoffen ‘standaardiseren’

Botanisch materiaal is niet of nauwelijks te standaardiseren. Zo kan een Driekleurig viooltje (Viola tricolor) (erg fijn bij droge huid en eczeem) in de vroege zomer een andere verhouding aan inhoudsstoffen bevatten dan een maand later, en zo zijn de verschillen tussen een viooltje dat in de duinen groeit versus een viooltje dat tussen andere geneeskrachtige planten in een kruidentuin staat misschien nog wel veel groter. Daarnaast zijn planten erg kieskeurig over hoe en in welke draagstoffen zij hun specifieke inhoudsstoffen afgeven, sommige inhoudsstoffen worden beter afgegeven in alcohol dan in vette olie en vice versa. Veel planten, met name planten die rijk zijn aan saponinen, slijmstoffen en bitterstoffen, geven hun heilzame werking het beste af in water. Water is fantastisch voor de huid, want het wordt goed opgenomen en het hydrateert de opperhuid.

Maar water is ook enorm bederfelijk (kruidenextracten op basis van water kan je maximaal 7 dagen in de koelkast bewaren) en water mengt niet met olie en olie heb je meestal nodig om het de bestanddelen te verwerken tot een volwaardige crème, lotion of body butter. Tot slot zijn verse plantendelen zelf ook bederfelijk, met name als ze veel slijmstoffen bevatten. En laten slijmstoffen nou precies zeer heilzaam zijn voor de huid…

Hoe kan je dat nou ondervangen? Ik heb de verschillende opties eens goed afwogen, maar eigenlijk is het eenduidige antwoord: tijd. Je kan bovenstaande uitdagingen alleen ondervangen als je de tijd neemt. Om het risico op bederven te beperken kan je de kruiden van jouw keuze eerst grondig drogen, zodat al het water verdampt en er geen kans op rans of schimmel ontstaat. Het drogingsproces is voor ieder type plant weer anders en kan naar gelang de inhoudsstoffen 2 tot 6 weken duren. Daarna moet het nog minimaal 4 weken in de olie trekken. Verse plantendelen en hun geneeskracht kan je eventueel oplossen in alcohol of glycerine, maar ook dat kost bij elkaar alweer 4 weken, liefst langer. Planten die hun geneeskracht in water afgeven doen dat relatief snel (al dan niet droog of vers), maar daar heb je weer het bijkomende uitdaging dat water snel bederft en zal je conserveringsmiddelen toe moeten voegen. Misschien is dat laatste nog wel de meest efficiënte optie, maar kan je het dan nog een natuurlijk verzorgingsproduct noemen?

Een ‘parfum’ roller op basis van een biologische Amandel(draag)olie en etherische olie van Scharlei (Clary Sage/Salvia Sclarea)

Natuurlijke conserverings- en bindmiddelen

Er zijn dus meestal conserveringsmiddelen nodig om de stabiliteit van een botanisch verzorgingsmiddel op langere termijn te garanderen. Maar bestaan er wel natuurlijke conserveringsmiddelen?

Veel eco-merken promoten hun shampoo’s en douchegels met teksten als “Free from parabens!” en “Free from sulfates!”. Parabenen en sulfaten zorgen er respectievelijk voor dat bacteriën worden gedood en vetzuren worden afgebroken. Het zijn synthetisch verkregen conserveringsmiddelen (sulfaten zorgen er overigens ook voor dat je shampoo gaat schuimen) die schadelijk kunnen zijn voor lichaamseigen bacteriën en het zuurgehalte van huid en haar. Je haar en huid kunnen er bijvoorbeeld ontzettend van uitdrogen, en dat wil je niet als je al een gevoelige (hoofd)huid hebt. Er zijn gelukkig wel degelijk natuurlijke alternatieven die de pH waarde van je huid en haar in tact laten, denk aan Kaliumsorbaat (gewonnen uit kalizouten) of Geraniol/Benzyl Alcohol (gewonnen uit de etherische olie van bloemen). Vaak is het wel zo dat natuurlijke conserveringsmiddelen afzonderlijk OF schimmeldodend OF antibacterieel werken, dus ze worden vaak gecombineerd gebruikt om stabiliteit te garanderen en in aanmerking te komen voor een kwaliteits-keurmerk.

Bindmiddelen zijn een ander verhaal en het heeft me even gekost om het te begrijpen. Had ik nou maar beter opgelet tijdens mijn Scheikunde lessen op de middelbare school!

Bindmiddelen zorgen voor de ‘fluffiness’ van body butters en het crème- achtige karakter van een lotion of moisturizer. Voor deze textuur heb je zowel een olie als een boter nodig, maar ook water, en die gaan op den duur schiften. De chemische samenstellingen van water en olie communiceren niet met elkaar, daarvoor heb je dus dat bindmiddel nodig. Bindmiddelen zijn het lijm waardoor water en olie zich met elkaar verbinden, en van oudsher werden daar in de cosmetica met name petrochemicaliën voor gebruikt.

Petrochemicaliën zijn de chemische producten die door raffinage uit aardolie worden verkregen, vaseline is daar een voorbeeld van. Er zijn substanties uit rauw en koudgeperst plantenmateriaal die zich onder de juiste condities als wax- achtig bindmiddel gaan gedragen en geen chemicaliën of synthetische oplosmiddelen bevatten, maar het resultaat daarvan is niet altijd betrouwbaar en op den duur kunnen olie en water alsnog van elkaar gaan scheiden. Veel producenten kiezen daarom nog steeds voor petrochemicaliën als bindmiddel en kunnen hun product desondanks als 100% natuurlijk verkopen. Hoe komt dat?…. Dat komt omdat fossiele brandstoffen eigenlijk ook te herleiden zijn tot plantenmateriaal, al zij het middels een chemisch proces verkregen.

Kortom, de definitie van ‘natuurlijk’ is niet juridisch vastgelegd, zelfs niet door kwaliteits- instanties zoals Ecocert. Volgens EU richtlijnen op cosmetica is het veel belangrijker dat de artikelen die hier over de toonbank gaan veilig en stabiel zijn, en dat zorgt ervoor dat we met de beste bedoelingen (soms helaas zonder het te weten) toch ‘meuk’ op onze huid smeren. Ikzelf zit er niet zo mee als er een aantal sporen van chemicaliën in mijn crème zitten, sommige giftige planten veroorzaken veel heftiger huidirritatie dan door EU-wetgeving goedgekeurde chemicaliën. Ik ga ervan uit dat de meeste eco-merken oprecht hun best doen om hun producten zo meuk-vrij mogelijk te maken. Maar kan je het echt 100% natuurlijk noemen? Nee, eigenlijk niet. Het is wat het is: een verzorgingsproduct.

Alternatieven uit grootmoeders’ apotheek

Misschien zijn we wel zo verwend geraakt aan al die heerlijk schuimende shampoos en de penetrante geuren van de synthetische parfums in lotions dat we eigenlijk niet meer terug willen naar 100% natuurlijk. Klanten zijn kritisch, en cosmetica merken proberen aan de wensen te voldoen. Maar als je het mij vraagt is het allemaal niet zo nodig. Onze voorouders hadden geen laboratoria en gebruikten alleen wat voorhanden was, maar mijns inziens deed het niet af aan de effectiviteit.

Cosmetica zijn letterlijk zo oud als de weg naar Rome. In het oude Egypte maakten ze al gebruik van olijfolie, bijenwas en propolis. De producten die ik zelf maak en gebruik grijpen terug op die basale principes en ik noem het ‘slow cosmetics’.

Wat zijn slow cosmetics? Dat zijn botanische huid- en haarproducten op basis van kruiden en traditionele technieken; een ambacht waar tijd, aandacht en liefde in gaat zitten. We weten allemaal dat tijd geld kost en dat maakt slow cosmetics dan ook niet rendabel genoeg voor grote bedrijven om ermee aan de haal te gaan. Ik maak mijn natuurlijke verzorgingsproducten daarom zelf, en houd het simpel. Water is een onstabiele factor en mijns inziens helemaal niet nodig om mijn huid alsnog van de nodige voeding te voorzien.

Sterker nog, het is bewezen dat olie en vetten beter kunnen doordringen tot de diepere lagen van de huid dan water dat kan (vanwege de fijnmazige structuur van de moleculen in olie). Het enige wat je dus echt nodig hebt is een kruiden extract op basis van een biologische en koudgeperste olie en bijenwas, zeer stabiele ingrediënten, mits je de tijd neemt om je kruiden goed te drogen. Wil je het iets zachter maken dan voeg je er Sheaboter of Cacaoboter aan toe. Wil je de houdbaarheid nog meer verhogen? Dan voeg je er Vitamine E aan toe. Wil je de werking van een kruid toevoegen die niet oplost in olie? Dan voeg je er een alcoholisch extract of hydrolaat aan toe.