De Alchemie in Kruidengeneeskunde

Vroeger was kruidengeneeskunde natuurlijk gewoon geneeskunde, maar op zeker moment is daar het woordje ‘kruiden’ aan vastgeplakt om het verschil tussen de moderne geneeskunde en de traditionele geneeskunde aan te geven. De tradities waar kruidengeneeskunde anno 2021 op voortbouwt zijn grotendeels afkomstig uit de Renaissance, een tijd waarin laboratorium onderzoek in de kinderschoenen stond en artsen veelal tevens Alchemist waren.

Paracelsus

Voor de goede orde. Niet alle artsen in de Renaissance waren Alchemist. Maar 1 van de belangrijkste denkers en onderzoekers uit die tijd was Paracelsus. Alchemist pur sang.

Paracelsus was de eerste die de werking van botanische inhoudsstoffen op het menselijk lichaam ontleedde en daarbij vooral goed keek naar de dosis van bepaalde chemicaliën en mineralen. Dit was erg belangrijk voor het bepalen van het toxisch effect van plantenmateriaal. Paracelsus maakte dus een heel belangrijk verschil en wordt daarom ook wel de vader van de Toxicologie en Farmacologie genoemd. Maar wat maakte hem nou een Alchemist?

Hier een quote van Paracelsus:

“Geneeskunde is niet alleen een wetenschap, het is ook een kunst. Het bestaat niet uit het samenstellen van pillen en pleisters; het gaat om de processen van het leven zelf, die eerst moeten worden begrepen voordat ze mogen worden geleid.

Net als andere alchemisten uit zijn tijd geloofde Paracelsus niet dat er een scheiding was tussen de kunsten en de empirische wetenschap. Zowel het uitoefenen van de geneeskunde op patiënten als het doen van laboratorium onderzoek stonden in het teken van een zoektocht naar een alles omvattende waarheid; een Goddelijk Plan. Vaak waren de arts-alchemisten uit de Renaissance ook zeer bedreven in astronomie, tekenen, muziek maken en andere kunstvormen. Het waren levenskunstenaars met de liefde als belangrijkste drijfveer.

Volgens Paracelsus bestond de geneesKUNST uit 4 pijlers:

  1. natuurwetenschappen
  2. astronomie
  3. chemie
  4. liefde

Wat is alchemie?

Alchemisten zochten naar de bedoelingen van God middels het experimenteren met natuurlijke bouwstoffen. Door een hypothese en het nemen van de proef op de som, onderzochten zij hoe metalen, mineralen en andere grondstoffen met elkaar communiceerden, hoe zij onder verschillende omstandigheden veranderden en legden nauwgezet vast tot welke conclusies en inzichten zij kwamen. Vaak ging dat niet alleen over de empirische wetenschap, maar ook over de betekenis van het bestaan en het verband tussen het grofstoffelijke en het Universum. Die aanpak van ‘trial & error’ werd in de Renaissance als zeer gewaagd beschouwd, maar het vormt nog steeds de basis voor Scheikundig en Natuurkundig onderzoek. De alchemisten waren hun tijd ver vooruit.

Alchemistische theorieën verspreiden zich al gauw door de gelijktijdige ontdekking van de boekdrukkunst in Gutenberg. Alchemisten waren zeer bedreven in het uitdrukken van het Goddelijk Plan in prachtige prenten, die nog steeds getuigenis dragen van een bijzondere periode in Europa. In de Renaissance zelf was niet iedereen er even blij mee. De alchemie werd door de Kerk meestal beschouwd als een duivelse praktijk, met name omdat veel Alchemisten terug grepen op onderzoek van voor de Middeleeuwen, die van de oude en heidense Grieken. De Alchemisten waren vooral beïnvloed door het wereldbeeld van Aristoteles, die ervan uitging dat het hele Universum was opgebouwd uit 4 elementen: aarde, water, lucht en vuur. In de late 17e eeuw werd deze hypothese door de natuurkundige Isaac Newton weerlegd.

De geschriften van Aristoteles waren na de val van het Griekse Rijk door de Arabieren vertaald en zijn gedachtegoed kwam zo alsnog terecht bij de grote Europese denkers van de 15e, 16e, en 17e eeuw. De band tussen de Kerk en de Arabieren was destijds uiteraard ook niet bepaald om over naar huis te schrijven, wat de relatie tussen de Alchemisten en de pauselijke orde er niet beter op maakte.

Vaak wordt in oude teksten gerefereerd aan de zogenaamde Steen der Wijzen, de zoektocht naar een substantie die lood in Goud of Zilver kon veranderen. Dit transformatie proces kon volgens de Alchemisten alleen met liefde en de zegeningen van God worden bewerkstelligden. Zo stonden zij ook tegenover de Geneeskunde, planten waren alleen geneeskrachtig wanneer zij door de liefde van God waren gezegend om hun werk te doen.

Magnum Opus

D alchemisten hielden er een holistische levenswijze op na, de meeste van hen waren opzoek naar het goddelijk licht in zichzelf. Ze gingen hierbij de weg van de noeste arbeid: van zelfonderzoek, ontleding, zuivering en onthechting. Deze weg, en het resultaat ervan, noemden ze het Magnum Opus (Grote Werk). Op de illustratie hieronder: De Grot der Ouden van Stefan Michelspacher, uit 1616, zien we een dergelijk Magnum Opus afgebeeld.

Centraal op de afbeelding staat een berg met allemaal figuren erin en erop, en een trap er naar toe. Al deze elementen gaan over de innerlijke wereld van de alchemist. Het zijn allemaal aspecten en fasen in het spirituele proces van ontwaken. Een berg staat voor een bewustzijnsverruiming. Staand op een berg ben je dichter bij God. De weg naar de top van de berg staat beschreven op de zeven traptreden: calcineren, sublimeren, oplossen, verrotten, destilleren, coaguleren en tinctuur.

Een tinctuur is een kruidenextract op basis van alcohol, een medicijn dus, een techniek die nu nog steeds een centrale rol speelt in de kruidengeneeskunde. Het grote verschil met de wijze waarop de alchemisten deze tincturen vervaardigden is dat zij het extraheren van de inhoudsstoffen van een plant in alcohol alleen niet genoeg vonden, hieraan werd daarom ook de as van dezelfde plant toegevoegd om die zo compleet te maken. Deze techniek noemde Paracelsus ‘Spagyric’ en is gebaseerd op het idee dat alcohol niet alle inhoudsstoffen in de plant (zoals zout, mineralen en essentiele olie) kon oplossen.

In de alchemie waren juist de 3 elementen kwik, zout en sulfiet de meest belangrijke dragers van informatie. Samen vormen zijn de essentie van de plant:

Kwik = Water element, zit in de alcohol en in de plant zelf.

Zout = Aarde, zit in de gecalcineerde as van de plant

Sulfiet = Lucht, zit in de essentiële olie van de plant en kan niet middels alcohol aan plantaardig materiaal worden onttrokken, alleen middels destillatie.

Die geëxtraheerde ‘essentie’ was het hoogst haalbare doel, zowel in de vervaardiging van medicatie als ook op persoonlijk vlak.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *