De geneeskracht van de Grove den

Zalf van grove den en rozemarij

Het is bijna winter en de kerst staat voor de deur. Ik was er dit jaar erg vroeg bij en heb halverwege November al een kerstboom in huis gehaald. Er zijn vele soorten naaldbomen, maar mijn favoriet is Pinus sylvestris, de Grove Den.

‘Pinus’ betekent ‘naaldboom’ en ‘sylvestris’ betekent ‘van het bos’. De Nederlandse naam Grove den zegt iets over het karakter van de naalden van deze boom, die zijn in verhouding langer, blauwer en ritmischer ingeplant (in paren van ongeveer 10 naalden) dan die van veel andere naaldbomen. Het woord ‘Den’ in Nederlands komt vermoedelijk van het Angelsaksische woord ‘dennia’, dat betekende ‘wouddal’ en in de hedendaagse Engelse taal wordt met ‘denn’ een groep wilde dieren bedoeld. Het is een oude boom die al vroeg tot de verbeelding van allerlei volkeren sprak, misschien omdat het 1 van de weinige gewassen is die tijdens de winter groen blijft. En dat komt goed uit, want de den beschikt over vele geneeskrachtige eigenschappen die in de winter goed van pas kwamen (en komen ;-)).

Van oudsher was de winter een tijd waarin men tot rust kwam en zich overleverde aan de verstilling in de natuur. De oogst was in de herfst al binnen gehaald en buiten was het koud en vroeg donker. Net als de dieren gingen de mensen ook in een soort winterslaap, afwachtend tot de eerste tekenen van de lente, de terugkeer van de zon. Een moment voor bezinning. Dit was het ritme van de jaargetijden. Tegenwoordig lijkt het haast omgekeerd. De kerstdagen zijn volgepland met etentjes en de voorbereidingen voor sociale activiteiten, kerstinkopen. Stress. En dat is nou net waar het in de donkere dagen voor kerst niet om gaat. Kijk maar eens om je heen en snuif de geur van de winter op, wat wil het je vertellen?

Een wandeling door het naaldbos

Is er iets zo weldadig voor ons lichaam en geest als een wandeling in het naaldbos en het opsnuiven van de geuren van de spar, ceder en dennenboom? Heb je ook wel eens ervaren dat je je na een wandeling in een naaldbos veel opgeruimder voelt in je hoofd en in je luchtwegen? Dat komt omdat de etherische olie die via de naalden en hars van de dennenboom worden verspreidt op de holtes, bronchiën EN op het zenuwstelsel werken. Mocht je niet naast een naaldbos wonen en je holtes zitten verstopt dan kan je met een paar druppels etherische Dennen olie bijvoorbeeld een stoombad maken en je luchtwegen worden hierdoor gereinigd. De geur speelt hierin een rol. De geur van Den zorgt ervoor dat je systeem zich ontspant, waardoor ook de zenuwen en de bloedvaatjes zich verwijden; de doorstroom neemt toe, de druk op de holtes neemt af en je kan weer vrijer ademen. En diep en bewust ademen is erg belangrijk voor ons algehele welzijn.

De relatie tussen je adem en de wind

In Nederland zijn veel naaldbomen aangeplant, die zijn hier niet natuurlijkerwijze aan komen waaien. Door eeuwenlange overbegrazing is de grond op veel plaatsen in Nederland uitgedroogd en veranderd in stuifzand; micro organismen zijn onttrokken en er is geen voedingsbodem voor een rijk loofbos of ander weelderig groen meer. De den doet het in stuifzand landschappen zoals de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug daarentegen erg goed. Dit komt onder andere omdat naaldbomen niet zoveel water nodig hebben. Maar het heeft ook te maken met de wind en de bijzondere relatie van de Grove den tot de wind. Stuifzand landschappen zijn tochtig en naaldbomen hebben wind nodig voor het verspreiden van hun zaden. De zaden van de naaldboom zitten niet in een afgesloten vruchtbeginsel zoals die van de peer of pompoen (bedektzadigen); de Grove den is een naaktzadige, dat wil zeggen dat zijn zaden los in de oksels van de dennenappel zitten. De wind zorgt ervoor dat deze zaden worden verspreid.

Je kan veel opmaken over de geneeskrachtige werking van een kruid door hem nauwkeurig te observeren. Zo zegt de bijzondere relatie tussen de wind en de Den iets over de geneeskrachtige werking op onze luchtwegen en de naalden van de boom duiden op een prikkelend effect. De Grove den is bij uitstek geschikt voor het aanmaken van gezond slijm in de slijmvliezen en de huid en bevordert de adem door het vrij maken van de luchtwegen.

Geneeskrachtige werking

We zijn psychosomatische wezens, dat is onze natuur. Lichaam en geest zijn met elkaar verbonden. En de planten en bomen spelen daarop in door een breed spectrum van aandoeningen zowel lichamelijk als psychisch aan te pakken. In de kruidengeneeskunde wordt dat de ‘Typologie’ van een kruid genoemd. In het geval van de Grove den luidt de typologie:

“de Grove den is bij uitstek geschikt voor mensen die vastzitten in wrok van oud zeer en anderen of zichzelf niet kunnen vergeven. Ze zeggen steeds ‘sorry’ of ‘had ik maar…’ en gedragen zich als slachtoffer, vooral ten opzichte van directe familieleden.” – quote is afkomstig uit Het Kruidenboek van Ingrid.

Dat klinkt vrij heftig, maar houd er rekening mee dat dit de meest overdreven vorm is waarin een dergelijke karakter eigenschap zoals wrok zich kan uiten. Er zijn uiteraard ook ‘lichter’ varianten van de bovenstaande omschrijving, maar uiteindelijk leidt het allemaal tot hetzelfde: een vernauwing van de energie en het opwerpen van blokkades.

Het opwerpen van blokkades uit zich in ziektebeelden die te maken hebben met verstopping; we hadden het al uitgebreid over verstopping van de holtes, de neus, en de bronchiën. Grove den maakt zacht, desinfecteert en creëert ruimte voor de adem en levensenergie om opnieuw te stromen. Zoals ik al zei hoeft het niet altijd te gaan om de meest heftige variant, het kan ook gaan om een dagelijkse vermoeidheid die door slachtoffer gedrag is veroorzaakt. In dit laatste geval kan de Den ook verlichting bieden, het maakt vrolijk en geeft energie. Vooral in de donkere dagen rond midwinter. Den werkt dus ook sterk op onze psyche en het zenuwstelsel, dit komt door de aanwezigheid van pinicrine of pineen. Pinicrine heeft een cortison achtig effect, het werkt activerend op de bijnier, die verantwoordlijk is voor het aanmaken en loslaten van cortison en adrenaline.

De aanwezigheid van hars in de Den zorgt ervoor dat verstoppingen ook via de urinewegen worden afgevoerd. Hars doet namelijk zweten. De diuretische werking van de Grove den kan daarom ook bij nieraandoeningen, blaasontsteking en zelfs bij ziekten aan de lever worden ingezet.

De Grove den is zeer geschikt om in allerlei oliën en zalven te verwerken. De verzachtende en wond helende eigenschappen werken prachtig op eczeem en de ontstoken huid. Het bevorderen van de doorbloeding zorgt er tevens voor dat de huid en onderliggende lagen worden verwarmd, bijvoorbeeld bij ontsteking van gewrichten, spierpijn, en winterhanden en -voeten. Een zalf kan ook worden ingezet om de borst bij astma, bronchitis en longontsteking mee in te smeren.

De Japanse sierkers en ander bijzonder stadsgroen

Japanse sierkers winterkers Rosaceae Prunus

Ik ben een geboren en getogen Amsterdamse die het maar niet lukt om de grote stad te verlaten. Vaak wordt mij gevraagd of ik vanwege mijn voorliefde voor flora en fauna niet liever op het platteland zou wonen. Ja en nee, is daarop mijn antwoord. Ik ben hier eigenlijk heel gelukkig. Tuurlijk zou ik dolgraag mijn eigen kruidentuin willen, maar ik sta op de wachtlijst voor een volkstuin van een enorme hoeveelheid vierkante meters en ik kijk vol vertrouwen uit naar het moment waarop ik m’n handen daar uit de mouwen mag gaan steken. Overigens sluit ik niet uit dat ik over een paar jaar toch de stad uit ga, maar nu nog even niet.

De voornaamste reden om de stad niet te verlaten is dat er legio geneeskrachtige planten en bomen in Amsterdam groeien en bloeien. Veel kruiden houden juist van de aanwezigheid van mensen, geloof het of niet. Ze zijn er ook om ons te dienen, dus waarom zouden ze verstoppertje gaan spelen. Neem Kaasjeskruid, groeit vooral in de stad. Neem Stinkende Gouwe, je hoeft je maar naar een gevel om te draaien en daar staat hij! En zo zijn er nog veel meer… De stad plant ook steeds vaker perkjes aan met Echinacea purpurea, Asters, Oost-Indische kers, Longkruid, misschien niet de meest schone grond om in het wilde weg te gaan plukken, maar als Guldenroede en Duizendblad er ook kans krijgen om te groeien (en niet worden om gemaaid) dan wordt de grond vanzelf met de tijd gereinigd.

De stinkvruchten van Gingko biloba

Ik ben ook erg onder de indruk van de hoeveelheid uitzonderlijke bomen en struikgewassen die de Amsterdamse straten en parken tellen. De grote hoeveelheid verschillende bomen is een ware trots van deze stad, zo heb ik met de tijd mogen ontdekken. In de straat bij mij om de hoek staan twee lange rijen Gingko biloba (ook wel de Japanse tempelboom genoemd), wat in de herfst overigens voor grappige taferelen zorgt. Ik zal je vertellen waarom. De Gingko biloba is twee-huizig, dat wil zeggen dat er mannelijke en vrouwelijke (vruchtdragende) bomen zijn. Nu is het zo dat de Gingko een sterke reiniger is, hij zuivert uitlaatgassen, en daarom worden deze bomen steeds vaker in de stad aangeplant. Nu is het ook zo dat de vrouwelijke bomen in de herfst een ongelofelijke hoeveelheid licht oranje vruchten laten vallen en die stinken naar een mengeling van overgeef en diarree. Vanwege dat laatste kiezen steden er daarom vaak voor om mannelijke bomen aan te planten, maar Gingko kan met de jaren van geslacht verwisselen! Wow. Ja. En dat is dus met een aantal van die bomen bij mij om de hoek gebeurt. Het resultaat is dat ik in de herfst een aantal maanden met een omweggetje van en naar m’n huis ga. Die arme mensen die in de Gingko biloba straat zelf wonen hebben het er maar mee te doen.

De Japanse sierkers

Om maar in de Japanse sferen te blijven wil ik het ook erg graag even hebben over de Japanse sierkers ‘Prunus subhirtella’. Ook die zie ik steeds vaker in parken voorbij komen en in eerste instantie dacht ik dat de natuur weer eens grondig in de war was. De Japanse sierkers hoort bij de Rozenfamilie en in tegenstelling tot zijn broertjes en zusjes (denk aan Appel, Braam, Framboos en Amandel) staat de sierkers niet in het voorjaar in de bloesem, maar in het midden van de winter… en wel herhaaldelijk tussen November en April. Daarom wordt hij ook wel ‘Autumnalis rosacea’ genoemd: herfst roos, of ‘winterkers’. In tegenstelling tot veel andere Roosachtigen draagt de sierkers ook geen vruchten, vandaar ook de toevoeging van het woord ‘sier’; de Japanse sierkers is daarom in principe niet interessant voor wildplukkers. Ze is vooral heel mooi. Overigens is het wel een interessante soort om in een voedselbos aan te planten, het is een boom die niet veel hoger wordt dan 8m en makkelijk in de omgang, zolang de grond maar genoeg waterdoorlatend is. De Japanse sierkers heeft een voorkeur voor half schaduw, dus kan goed gedijen tussen de hoge bomen en de laagbloeiers (de zogenaamde Zone 2 die van vitaal belang is voor het gezond functioneren van ecosystemen).

Vanwege haar schoonheid en bijzondere bloeiwijze is de Japanse sierkers in stadsparken dus ook erg in trek, het zorgt voor een mooi tafereel. Als ik nu het dichtstbijzijnde park in wandel dan zie ik her en der lichtroze plukjes tussen de verder kale takken. In de verte kan je de Japanse sierkers al trots zien staan, tegen een achtergrond van het roestbruine blad van omringende bomen.

Japanse sierkers (Prunus subhirtella)

De Kaukasische vleugelnoot

In een ander park bij mij in de buurt staan langs brede oevers grote partijen Kaukasische vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia), ook wel gevleugelde notenboom. Eens in de zoveel tijd moet ik er weer even naar terugkeren, vanwege haar oh zo bijzondere verschijning. Het is een boom die veel publiek aantrekt en dat komt met name omdat de takken veelal horizontaal groeien en vaak dermate gaan afhangen dat de boom zelf half omkiepert (maar wel gewoon doorgroeit!). Dit maakt het een aanlokkelijke klimboom. Ik zie er ook vaak mensen ringen in hangen om te sporten, al weet ik niet of de vleugelnoot dat zo leuk vindt. Als familie van de Okkernoot heeft de Vleugelnoot ook de neiging tot ‘bloeden’, met name in de lente, maar waar dit voor de Okkernoot fataal kan aflopen lijkt de Vleugelnoot hier beter tegen bestand, mits er sprake is van deskundig snoeibeleid. Zo niet, dan ontstaan er snoeiwonden die indrogen maar niet goed helen.

De Vleugelnoot neemt veel ruimte in beslag en is solitair, en daarom niet zo geschikt om in bossen vlak naast andere bomen of langs straten aan te planten. Pterocarya fraxinifolia doet het het beste naast grote waterpartijen waar hij de ruimte heeft om voedingsstoffen in de wortels op te slaan, die dan ook een enorm ondergronds netwerk gaan vormen. De bovengronds snel uitdijende stam en veelheid aan takken die alle kanten op groeien is hier tevens een reflectie van. De Vleugelnoot kan zich heel snel uitbreiden, vandaar ook dat regelmatig snoeien wel gewenst is. Als ik mij tussen de Vleugelnoten bevind dan is het een wirwar van takken die je tegemoet komen, en oppassen geblazen dat je niet over de dikke wortels struikelt terwijl je het geheel boven je in verwondering gadeslaat. Echt een ervaring. Aan het begin van de zomer ontwikkelen zich de hangende bloemaren, die opvallen door hun lengte en vorm. De bloem zelf is onopvallend citroengeel en ontwikkelt zich na de bloei tot een (hoe kan het ook anders) gevleugelde noot.

Kaukasische vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia)